De start van een nieuw schooljaar is een mooi moment om te investeren in de groepsvorming. De dynamiek in de groep kun je beïnvloeden om zo een positieve groep te laten ontstaan. Een groep waarin vertrouwen, waardering en respect als vanzelf verder vorm krijgen.

In dit blog vind je een 3 manieren waardoor je investeert in je groep en daarmee op het welbevinden van de leerlingen.

De hoogbegaafde leerlingen doe je een groot plezier als je aandacht besteed aan van betekenis zijn. Ze hebben hier een sterke behoeften aan. In het boek ‘De kracht van betekenis’ van Emily Esfahani Smith worden de 4 pijlers genoemd voor het ervaren van betekenis. Deze kun je ook zelf gebruiken om activiteiten bij te verzamelen of te ontwerpen.

Lees ook het blog: 6 lesideeën met betekenis
Hierin staan ideeën die makkelijk buiten de kerstperiode uitgevoerd kunnen worden.

Vier pijlers voor het ervaren van betekenis

  1. Ergens bij horen.
  2. Een doel hebben dat je motiveert om iets aan de wereld bij te dragen (hoe klein ook).
  3. Een levensverhaal kunnen vertellen waardoor je ervaringen samenhang krijgen en dus betekenis.
  4. Transcendentie: gebeurtenissen waardoor je boven het alledaagse uitstijgt (het ervaren van verwondering, genieten van kunst of het ervaren van spiritualiteit).

3 Lesideeën die de groepsvorming positief beïnvloeden

1 Een concreet gezamenlijk doel

Het hebben van een doel waarmee je bijdraagt aan een betere wereld (hoe klein ook!) versterkt het gevoel van betekenis. Bekijk daarom in de eerste periode of je een doel kunt vinden waarmee je klas zich kan verbinden. Gebruik de volgende criteria om te beoordelen of het doel een goede keuze is:

  • Duidelijke afbakening in tijd. Een doel waar je ongeveer 4 tot 6 weken aan werkt is mooi. Iedereen verliest uiteindelijk zijn interesse als iets te lang duurt.
  • Het is mooi als je resultaat zichtbaar kunt maken. Als je iets gaat inzamelen is dit heel makkelijk, maar ook als je dagelijks een klusje in school gaat uitvoeren kun je visueel maken (sticker/smiley per dag of het is gelukt).
  • Er moet (gedeeltelijk) worden samengewerkt.
  • Je kunt de leerlingen (een stukje) autonomie geven.

Hier vind je wat voorbeelden van doelen:

  • Elke dag spelen of voorlezen aan de kleuters of lezen met groep 3.
  • Geld inzamelen voor de dierenbescherming (of ander goed doel).
  • Het kinderboekenfeest, dat in oktober moet plaats vinden, organiseren (of een deel ervan).
  • Iedereen uit de klas een keer in het zonnetje zetten.

2 Adviseurs vanuit elkaars interesses

Bij deze activiteit bereiden de kinderen voor een klasgenoot een activiteit voor of ze maken iets voor hem of haar. Om dit goed te kunnen doen, maken alle leerlingen vooraf een interessedossier over zichzelf.

Dit dossier wordt anoniem gemaakt. Dus zorg dat er geen persoonskenmerken van de leerlingen benoemd worden (geslacht, uiterlijk, naam). Deze blijken soms wel uit wat er ingevuld wordt, dat is niet erg.

De leerlingen beantwoorden vragen over hun interesses en voorkeuren door te schrijven,  tekeningen of door plaatjes & foto’s te verzamelen. Denk aan vragen als:

  • Welk uitstapje maak je graag met vrienden / gezin?
  • Welk spel speel je graag (binnen/ buiten)?
  • Wat doe je graag als je alleen bent?
  • Wat doe je graag met vrienden?
  • Wat helpt jou als je een klusje moet doen waar je niet zo’n zin in hebt?
  • Waar wordt jij rustig van?
  • Wat maakt jou boos/blij/verdrietig/trots?
  • Wat lijkt je een fijne vakantie?

Deze anonieme dossiers worden daarna uitgedeeld, zo krijgt iedereen een dossier van iemand anders. Vanaf dat moment zijn de leerlingen adviseurs. Deze rol kunnen ze alleen goed vervullen als ze de dossiers met de interesses gebruiken.

Je kunt de adviseurs verschillende opdrachten geven. Het is bijvoorbeeld heel leuk als de leerlingen echt autonomie krijgen over een stukje van het lesrooster. Mogen ze bijvoorbeeld een activiteitenmiddag of uurtje organiseren? Als je hiervoor open staat kun je de adviseurs de opdracht geven om een top 3 van activiteiten te verzinnen die in een middag op school kunnen plaatsvinden. Uiteraard moeten ze beargumenteren waarom deze activiteiten in de top 3 staan.

Andere mogelijkheden zijn het maken van:

  • Een kunstwerk
  • Een menu
  • Een activiteit op de spelletjesdag

3 Met elkaar werken aan een product

Geef de leerlingen de mogelijkheid om vertrouwen op de bouwen. Dit kan door op verschillende manieren samen aan een product te werken. Het is belangrijk dat je alert bent op de manier waarop dit gebeurt. Wordt er gehandeld zonder respect en vertrouwen? Dan is dit het moment om stevig de grenzen in jouw groep neer te zetten.

Bij het samenwerken aan een product gaat het nooit zoals één iemand in zijn hoofd heeft. Je bouwt op elkaar voort en er zullen leerlingen zijn die hun eigen ideeën moeten loslaten. Dit vraagt soms de nodige begeleiding. Als je hier aan het begin goed aandacht aan besteed, heb je er het hele jaar plezier van. Laat de goede samenwerking jou begeleidingsdoel zijn en laat het productresultaat nu even helemaal los. Op deze manier kun je de waarden en normen in de klas op een prettige manier neerzetten.

Waar kun je aan denken bij het maken van een product?

  • Het maken van een verhaal. Ga in de kring zitten of werk in kleine groepjes. Geef een begin zin en laat de leerlingen om de beurt een vervolgzin bedenken. Zo werk je samen aan een verhaal.
  • Maak een lunchgerechtje voor elkaar.
  • Teken samen een figuur. Vouw een blaadje in drieën en teken om de beurt een stukje van een persoon. De eerste tekent het hoofd, het hoofd wordt weg gevouwen en het papiertje wordt doorgegeven. De volgende tekent de romp met de armen, het papiertje wordt met de romp naar onderen doorgegeven zodat de laatste de benen kan tekenen. Daarna worden de tekeningen opengevouwen. Dit geeft vaak hilarische tekeningen.
  • Teken stukje voor stukje een mandala op een groot vel papier. Vooraf kun je een cirkel tekenen en evt. kun je heel licht met potlood de cirkel verdelen. De leerlingen kunnen nu in elk deel een figuur tekenen.
Heel fijn als je de informatie deelt!