Hoe weet jij of de leerling leert? Dit lijkt een eenvoudige vraag, waarvan je misschien verwacht dat elke leerkracht hier antwoord op kan geven. Toch is dit een lastige vraag. Eén van de opdrachten in onze opleiding (of tijdens studiedagen) is dan ook: maak een mindmap hoe je kan zien of weten of een leerling leert.

Deze mindmap geeft dan volop mogelijkheid om de antwoorden te verdiepen met de vraag: weet je zeker dat een leerling leert als je dit ziet of weet? En regelmatig wordt het dan terecht stil. We weten het niet zeker.

In dit blog gaan we in op:

  • Leert een leerling als de leerling hoge scores haalt?
  • Leert een leerling als de leerling vragen stelt?
  • Praktijkvoorbeeld: schatten leren
  • Praktijkvoorbeeld: topografie leren

Hoge scores

Eén van de mogelijkheden om te zien of een leerling leert, is het volgen van scores. Dit is een mogelijkheid, maar dit is niet een zekerheid. Tijdens de 10-minuten oudergesprekken krijgen bepaalde ouders te horen: het gaat heel goed met uw zoon / dochter, de scores zijn allemaal I op alle gebieden. En iedereen is tevreden.

Maar wat weten we dan? We weten dat de leerling de doelen van het leerjaar beheerst. We weten niet met zekerheid of de leerling in die periode ook voldoende heeft geleerd. Misschien heeft de leerling geproduceerd wat de leerling al beheerst. Dan is er geen sprake geweest van leren.

Je kunt alleen leren als je iets krijgt op niveau oftewel de bekende zone van naaste ontwikkeling: het verschil tussen wat een leerling zonder hulp kan doen en wat hij of zij met hulp kan doen.

Als een leerling het reguliere werk of eventueel verrijkingswerk kan doen zonder:

  • instructie of zonder te reageren op instructie
  • te exploreren
  • een keer vast te lopen
  • hulp te vragen

Is een kind dan wel aan het leren?

Het is makkelijk voor ons dat het zo zelfstandig het werk kan doen, maar dit heeft een risico in zich dat een kind niet aan het leren is. Soms dagelijks, soms jaren.

Dit is voor mij ook altijd de reden dat ik alert word als een leerkracht vraagt: ik zoek verrijkingswerk dat de (hoog)begaafde leerlingen helemaal zelfstandig kan. Je zoekt dan feitelijk werk waar een leerling mee bezig gehouden kan worden, iets wat de leerling (bijna) al beheerst. De leerling hoeft alleen maar antwoorden te reproduceren en niet te leren.

Ik begrijp natuurlijk wel volkomen waar de vraag vandaan komt: de differentiatie vraagt de nodige organisatie in de klas en dan is een zelfstandig werkende leerling een uitkomst.

Vragen stellen

In het bovenstaande rijtje staat dat vragen stellen een onderdeel is van leren. Ook hier kan je verdiepend op in gaan. Als een leerling een vraag stelt, is de leerling dan aan het leren? Dit kan, maar is in het algemeen niet met zekerheid te stellen. Dit ligt aan de vraag.

Als een leerling een vraag stelt over de stof die je als leerkracht net hebt uitgelegd, dan kan het zijn dat de leerling iets nieuws hoort en leert.

Maar wat als de leerling geen vraag stelt over de net behandelde stof, maar een vraag stelt die verder gaat dan het onderwerp van dat moment? En de leerkracht antwoord: hier gaan we nu niet op in, dat komt later. De kans is groot dat de leerling dus aan de slag gaat met een opdracht om antwoorden te produceren (= niet leren) en ondertussen puzzelt over zijn of haar vraag.

Je kunt alleen leren als je iets krijgt op niveau oftewel de bekende zone van naaste ontwikkeling: het verschil tussen wat een leerling zonder hulp kan doen en wat hij of zij met hulp kan doen. Maar dus ook het verschil tussen: wat een leerling vraagt om te leren en waar een leerkracht op in gaat.

Ook hier begrijp ik dat je niet altijd in kunt gaan op alle vragen. Wat je wel kan doen, is de vragen een plek geven. Maak helder op welke wijze de vraag wel beantwoord kan worden, uitgezocht kan worden of gebruikt kan worden als een verrijkingsopdracht.

Praktijkvoorbeeld: schatten

Een moeder deelde onderstaande foto in een social media groep. Het is een opdracht gemaakt door een leerling van 9 jaar. De leerling is versneld van groep 5 naar groep 7.

Als je onderstaande opdracht bekijkt, wat moet de leerling dan leren?

Je zou kunnen zeggen dat de leerling het volgende kan leren met de opdracht:

  1. De opdracht leren lezen.
  2. De techniek van schatten leren.

Je kunt op basis van de antwoorden concluderen dat de leerling waarschijnlijk wel gelezen heeft wat de opdracht is, maar dat de techniek van schatten niet wordt toegepast. Ik ben nieuwsgierig waarom niet: is de leerling niet in staat om te schatten of speelt er mogelijk iets anders?

Wat je hier ziet is dat deze leerling gewoon direct het exacte antwoord ziet en dan een extra stap maakt om een afgerond (geschat) getal te noteren.

Wat gaat hier waarschijnlijk mis?

Als een leerling het exacte antwoord van een rekensom heel eenvoudig direct ziet, hoe kun je dan nog bezig zijn met schatten? De rekensom is dan onder je niveau om bezig te zijn met schatten.

Vergelijkbaar: stel je kunt al veters strikken en je moet dan laten zien hoe ‘ongeveer’ een gestrikte veter er uitziet. De leerling maakt voor jou een mislukte gestrikte veter. Wat heeft een leerling daar dan aan? De leerling leert hier toch niks meer mee behalve het produceren van een gewenst antwoord?

Je kunt alleen leren als je iets krijgt op niveau oftewel de bekende zone van naaste ontwikkeling: het verschil tussen wat een leerling zonder hulp kan doen en wat hij of zij met hulp(middel) kan doen.

Schatten is een hulpmiddel binnen het domein van rekenen. Dit heeft alleen nut en betekenis voor een leerling als het dus ook op niveau is en het uitrekenen van de som dus niet net zo makkelijk is.

Praktijkvoorbeeld: topografie

Een ander voorbeeld uit de praktijk is het leren van topografie. In groep 6, 7 en 8 wordt op verschillende scholen topografie mee gegeven als huiswerk. De opdracht bestaat bijvoorbeeld uit het leren van 25 plaatsen in Nederland. Alle leerlingen krijgen dezelfde opdracht.

Dit lijkt op gelijk onderwijs: elke leerling leert dezelfde 25 plaatsen van Nederland en we hebben dus alle leerlingen gelijk onderwijs geboden. Maar dit is niet het geval. Na het leren heeft wél elke leerling dezelfde kennis: 25 plaatsen van Nederland. Ze hebben echter niet dezelfde vaardigheid mogen leren.

Wat is dan het verschil?

Een gemiddeld begaafde leerling zou de 25 plaatsen van Nederland kunnen leren in 20-30 minuten. Een hoogbegaafde leerling zou de 25 plaatsen van Nederland kunnen leren in 5-10 minuten. De beide leerlingen leren dezelfde kennis, maar ontwikkelen in andere mate de vaardigheid: volgehouden aandacht.

Volgehouden aandacht is een executieve functie in de hersenen. Dit heeft ontwikkeling nodig.

De gemiddeld begaafde leerling heeft na afloop van de basisschool een volgehouden aandacht getraind van 20-30 minuten. De hoogbegaafde leerling heeft een volgehouden aandacht getraind van 5-10 minuten.

En dan komen de beide leerlingen op het voortgezet onderwijs. Het eerste SO aardrijkskunde van de hoogbegaafde leerling is het leren van 200 plaatsen. Deze leerling gaat uit zijn dak: dit kan ik niet! De leerling heeft gelijk: hij kan dit (nog) niet, want zijn volgehouden aandacht is niet voldoende getraind om een dergelijke opdracht op niveau aan te kunnen. Het gelijke onderwijs heeft tot een ongelijke kans geleid.

Tip: je kunt nu op verschillende manieren omgaan met het leren van topografie en het trainen van de volgehouden aandacht. Stel je geeft elke week topografie.

Je zou er dan voor kunnen kiezen om de hoogbegaafde leerling niet 1 maar 2 lessen topografie in één keer te geven (50 plaatsen leren). Je neemt vervolgens in één keer de toets af van de twee opdrachten. Het betekent ook dat de leerling dus op een ander moment geen toets doet en iets mag doen wat zijn belangstelling heeft.

Maar je kan er ook voor kiezen om de leerling gewoon 25 plaatsen per les te laten leren en binnen het verrijkingswerk te zorgen dat er opdrachten op niveau zijn om volgehouden aandacht te trainen. Ga in ieder geval niet een leerling onnodig extra topografie (extra plaatsen laten leren die andere leerlingen niet leren) geven als dit niet de belangstelling heeft van de leerling.

Voor de laatste maal: je kunt alleen leren als je iets krijgt op niveau oftewel de bekende zone van naaste ontwikkeling. Dit geldt niet alleen voor kennis, maar ook voor het leren van vaardigheden.

 

© Copyright

Onze artikelen en video's worden gemaakt om te delen. Maar. De artikelen en video's mogen niet gekopieerd en gedeeld worden zonder bronvermelding. Download en deel het PDF met bronvermelding. Het staat hierboven voor je klaar* 🙂

*voor blogs die geschreven zijn vanaf 11 maart 2019

 

Niks missen?

Het is fijn als passend onderwijs ook voor (hoog)begaafde leerlingen wordt gerealiseerd. Wij zetten ons daarvoor in. En we delen elke 2 weken gratis informatie en blogs. Wil je niks missen? Schrijf je in voor de nieuwsbrief.

Heel fijn als je de informatie deelt!