Onlangs was er op social media grote ophef over een artikel in Vrouw. Hierin reageerde de schrijfster Esther Vuijsters op de organisatie van een speeldag voor hoogbegaafde kinderen. Haar opinie was: niet doen.

We mogen in Nederland onze eigen opinie hebben. Tot zover was dit prima. Zij ging echter ook haar opinie toelichten. De toelichting bestond volledig uit vooroordelen over hoogbegaafdheid. En dat leverde haar een flinke negatieve golf van reacties op.

Het opiniestuk start en eindigt met de toon dat ouders realiteitszin moet worden bijgebracht. Zij denken maar dat hun kind hoogbegaafd is.

Het vooroordeel van de zogenaamde pushende ouder is bekend. Tijdens een gesprek tussen ouders en leerkracht werd het volgende gezegd: “Als jullie als ouders nu eens doen alsof jullie kind niet zo slim is, dan gaat echt alles beter……….”.

Een ander vooroordeel is: alle (hoog)begaafde leerlingen halen hoge cijfers. Dit vooroordeel staat op, indirecte wijze, in een brief van een begaafdheidsprofielschool om (hoog)begaafde leerlingen een verrijkend aanbod te doen:

“Vind je de bètavakken leuk? Vind je eigenlijk dat je in de les stopt op het moment dat het interessant begint te worden? Haal je met weinig moeite mooie cijfers? Dan is het U-talentprogramma misschien iets voor jou!”

Lees bovenstaande tekst nog eens, maar dan zonder de zin ‘Haal je met weinig moeite mooie cijfers’. Zou het kunnen, dat je dan juist de hoogbegaafde leerlingen aanspreekt? Het zit soms in de kleine (onbewuste) dingen die we zeggen, schrijven of doen.

 

© Copyright – Wil je het artikel of een video, geheel of gedeeltelijk, kopiëren en delen? Lees dan eerst de vermelding onder het artikel.

Bewijs de hoogbegaafdheid

Er zijn nog veel meer voordelen op te noemen. Ze hebben feitelijk allemaal hetzelfde resultaat: je moet bewijzen dat je hoogbegaafd bent. En dat bewijs moet worden geleverd in de ogen van de bevooroordeelde persoon. De vooroordelen stagneren direct de toegang tot passend onderwijs voor de hoogbegaafde leerlingen.

Als het bewijs is geleverd, dan gaat passend onderwijs van start. Maar dit kan van korte duur zijn. Vooroordelen zijn divers en hardnekkig. De leerling zal continue moeten bewijzen dat hij of zij hoogbegaafd is. Anders is er een risico dat het passend onderwijs wordt gestopt.

En dit gaat vrij snel. Als de leerling niet aan de slag gaat, als de leerling fouten maakt, als de leerling niet zelfstandig werkt, als de leerling faalangstig is. Als de leerling naar een volgend leerjaar gaat met een andere leerkracht.

Omdenken

Ik hou van omdenken. Stel dat er bewijs is geleverd dat een kind zwakbegaafd is. Het onderwijs wordt aangepast. En stel nu dat dit kind in de opdracht géén fouten maakt en goed zelfstandig werkt. Stoppen we dan met het aangepaste aanbod en zetten we de leerling direct op hoger niveau?

Durven wij tegen een ouder van een zwakbegaafd kind te zeggen: “Als jullie als ouders nu eens doen alsof jullie kind niet zo zwakbegaafd is, dan gaat echt alles beter……….”.

Hoe vaak moet een zwakbegaafde leerling bewijzen dat hij of zij zwakbegaafd is? En hoe vaak willen we dit bewijs zien bij een hoogbegaafde leerling? Welke gevolgen heeft het keer op keer bewijzen voor dit kind en de ouders?

Ik heb het niet onderzocht. Maar ik durf de stelling wel aan dat hoogbegaafdheid veel vaker opnieuw bewezen moet worden dan zwakbegaafdheid. Dit heeft mogelijk te maken met het feit dat we zwakbegaafdheid beter kunnen signaleren. Maar het heeft ook met onze (culturele) vooroordelen te maken, die het signaleren én accepteren bemoeilijken.

Overtuigingen, toetsing en handelingsverlegen

Er zijn een paar redenen waarom we steeds opnieuw bewijs vragen over de hoogbegaafdheid:

  • dominante overtuigingen in Nederland
  • we toetsen onszelf niet
  • we zijn handelingsverlegen

Willy de Heer heeft 7 jaar onderzoek gedaan in Nederland. Dit resulteerde per september 2017 in een omvangrijk proefschrift: Gelijkheid troef in het Nederlandse basisonderwijs. Onderzoek naar het onderwijs voor zeer makkelijk lerenden”.

Zij vond dominante overtuigingen in Nederland, waardoor een negatieve attitude ten aanzien van (hoog)begaafde leerlingen ontstaat en ten aanzien van aan hen aangepast onderwijs.

Emotioneel verzet

Er bestaat emotioneel verzet tegen aangepast onderwijs voor de zogenoemde ‘intellectuele elite’. Dit wordt gevoeld als voortrekken. De ‘gelijkheid troef’ oftewel iedereen is gelijk, is de politieke trend. Er wordt gedacht dat heterogene groepen voor alle leerlingen beter zijn. Dit stagneert aangepast onderwijs in homogene groepen bijvoorbeeld ontwikkelingsgelijken.

Extra aandacht is niet nodig

Er is geen specifieke aandacht nodig, want hoogbegaafde leerlingen komen er wel. Extra aandacht geven aan deze leerlingen gaat ten koste van de andere leerlingen. Er wordt gedacht dat andere leerlingen de begeleiding harder nodig hebben. Dit stagneert de benodigde begeleiding om het potentieel van hoogbegaafde leerlingen te laten ontwikkelen.

Vroeg wijs is vroeg zot

De doctrine ‘vroeg wijs, is vroeg zot’ is hardnekkig. Dit betekent dat we het als schadelijk zien voor de toekomst van hoogbegaafde kinderen om ze op jonge leeftijd ‘wijs’ te maken. Dit stagneert vroeg signaleren (peuters, kleuters), extra stimuleren of versnellen.

Toetsing

We toetsen onszelf niet. Je ziet dan de onderstaande gevolgen ontstaan.

  1. We zien alleen de probleemgevallen. We zien niet de successen. De probleemgevallen worden leidend om beslissing te maken voor de hele groep.
  2. Er wordt uitgegaan van één of enkele situaties die je zelf hebt meegemaakt of van hebt gehoord. Er is geen toetsing naar een groter geheel.
  3. Er is geen verdieping of kennis opgedaan, waardoor het gedrag verkeerd geïnterpreteerd wordt en verkeerde conclusies worden getrokken.

Handelingsverlegen

Er is ook baat bij het in stand houden van het vooroordeel vanwege de handelingsverlegenheid. We steken onze energie dan in het zoeken van argumenten die het vooroordeel bevestigen.

Praktische tips

Maar wat gaan we er op school aan doen? Natuurlijk wil ik een paar praktische tips geven: voor jezelf en voor je collega’s op school.

  1. Kennis opdoen: speel met het schoolteam (en een specialist hoogbegaafdheid) het ‘vooroordelenspel hoogbegaafdheid’ en ontdek met elkaar de waarheid achter de vooroordelen.
  2. Omdenken: train jezelf met de vraag ‘wat zou ik zeggen of doen als het kind niet hoog- maar zwakbegaafd is?
  3. Toets jezelf met de volgende vragen:
  • Is je gedachte waar?
  • Kun je absoluut zeker weten dat de gedachte waar is?
  • Wat doe je als je de gedachte gelooft?
  • Wat zou je doen zonder die gedachte?
  • Wat heb je nodig?

PS. De bovenstaande vragen kun je ook oefenen met leerlingen. Een prachtig boek van Byron Katie kun je hiervoor gebruiken: Tijger, tijger is het waar.

En laatste tip: volg onze jaaropleiding specialist Hoogbegaafdheid! De vooroordelen verdwijnen als sneeuw voor de zon en je wordt handelingssterk.

 

© Copyright

Onze artikelen en video's worden gemaakt om te delen. Maar. De artikelen en video's mogen niet gekopieerd en gedeeld worden zonder bronvermelding. Download en deel het PDF met bronvermelding. Het staat hieronder voor je klaar* 🙂

*voor blogs die geschreven zijn vanaf 11 maart 2019

Niks missen?

Het is fijn als passend onderwijs ook voor (hoog)begaafde leerlingen wordt gerealiseerd. Wij zetten ons daarvoor in. En we delen elke 2 weken gratis informatie en blogs. Wil je niks missen? Schrijf je in voor de nieuwsbrief.

Heel fijn als je de informatie deelt!