Dit blog is het tweede deel van een tweeluik over het organisatiemodel voor directe instructie. In het eerste deel heb ik drie aandachtspunten benoemd voor het gebruik van het model. Nu wil ik een stap verder gaan. In dit blog wil ik de vier hoofdfases van de directe instructie binnen het model (introductie, instructie, verwerkingen, afronding) doornemen en een aantal tips met jullie delen. Tips die je helpen bij het geven van passende onderwijs.

1 De introductie: Terugblik & Start van de les

Bij de terugblik gaat het om een stukje herhaling van de vorige les. Wat is er toen ook alweer behandeld en geleerd? Gelijk in deze fase bestaat er al een groot risico dat je de hoogbegaafde leerling verliest. Zodra je ook maar iets met herhaling gaat doen, is het voor deze leerlingen een moment om af te dwalen.

‘Dat hebben we gisteren toch al besproken? We zijn toch niet vergeetachtig?’

‘Waar het over ging staat vaak nog bovenaan het bord.’

Tijdens de start van de les deel je het lesdoel met de leerlingen. Je vertelt wat de inhoud is en activeer je eventueel nog meer voorkennis. De doel van de les delen kan erg goed aansluiten bij de behoefte van de hoogbegaafde leerlingen aan het waarom van de les. Toch gaan we hier vaak niet ver genoeg in. Een voorbeeld: ‘We leren deze rekenstrategie zodat je sneller kunt leren rekenen.’ Maar waarom vinden we snel rekenen nu eigenlijk belangrijk? En wie zegt dat dit belangrijk is? Lukt het de leerling om zich te verbinden met het waarom van het lesdoel? En wat als de leerling er al van overtuigt is dat hij snel kan rekenen op zijn eigen manier?

 

Tips bij de introductie:

  • Hou het echt kort, begin geen verhaal. Herhaal waar nodig pas als de hoogbegaafde leerlingen aan de slag zijn.
  • Benoem voor deze leerling duidelijk waarom je wilt dat de stof van gisteren weer even naar boven gehaald moet worden. Leg uit dat je voort wilt borduren op gisteren. Deel de opbouw van de stof.
  • Deel niet alleen de opbouw van de stof naar het verleden toe, maar ook naar de toekomst. Laat het grotere plaatje zien. Waarom is deze stof belangrijk?
  • Laat de leerlingen eventueel zelf nadenken over de voordelen van bepaalde leerdoelen op school. Sta ze ook toe om de nadelen te onderzoeken, kunnen ze die vinden? Bespreek deze dan op een eerlijke manier.

 

2 Instructie

In het schema zie je dat er eerste een verkorte instructie op het programma staan. Hierbij wordt kort en bondig, in vlot tempo verteld wat er gedaan of geleerd moet worden. Dit vlotte tempo is een cruciaal punt. Het idee is dat je vooraf een soort samenvatting geeft van de lesstof en/of de taak. De uitwerking wordt achterwege gelaten. Dit betekent ook dat je in eerste instantie een deel van de klas zult zien afhaken of dat er vingers komen met vragen. De vragen en de eventuele paniekreactie van deze leerlingen, kunnen tot gevolg hebben dat je wilt gaan vertragen. Dit is een risico, want zo lijkt het alsof je een deel van de groep achterlaat.

 

Tips bij de instructie:

  • Benoem de verkorte instructie ook naar de klas toe als samenvatting. Leer de kinderen dat de uitgebreide instructie volgt.
  • Leer ze ook dat ze pas vragen mogen stellen na je verkorte instructie.
  • Vraag aan het einde van je instructie: ‘wie kan er nu zelfstandig aan het werk?’ Laat de leerlingen die je begrepen hebben, direct beginnen. Eventueel kun je vragen: ‘Wie heeft er nog een kleine vraag of een korte aanvulling nodig en kan dan waarschijnlijk aan de slag?’
  • Bespreek eventueel met de hoogbegaafde leerling(en) wanneer de uitvoering van de opdracht ‘goed genoeg’ is. Dit geeft rust als er sprake is van perfectionisme.

3 Verwerking

Bij het verwerken gaan de meeste leerlingen zelfstandig aan de slag. De leerkracht geeft nog een verlengde instructie en heeft daarna tijd voor een ronde door de klas om bijvoorbeeld vragen te beantwoorden.

Zoals je in het schema ziet, zijn de instructieonafhankelijke leerlingen al enige tijd zelfstandig aan de slag. Hier zit een volgend probleem, want: zijn ze de gewone lesstof al zo lang aan het verwerken, terwijl ze snel kunnen leren (sneller dan de instructie gevoelige leerlingen)? Of zijn ze aan het compacten en werken ze nu zonder instructie aan hun verrijkingswerk?

Werk dat als het goed is wél uitdagend is en waarbij ze een instructies nodig hebben. Natuurlijk zijn er nog andere opties. Ze hebben misschien al een instructie over het verrijkingswerk gehad op een ander moment of ze werken aan iets anders, bijvoorbeeld een taak van hun weektaak. Maar zie je het probleem van de eerste twee opties? Weten ze wat ze moeten doen en hoe ze het moeten doen?

Nog een ander probleem in deze fase: het kan zo zijn dat de hoogbegaafde leerling de lesstof prima begrijpt, maar dat hij na de instructie zichzelf niet aan het werk kan zetten. Hij mist de (executieve) vaardigheden om dit voor elkaar te krijgen. Hier zit het knelpunt wat betreft inhoudelijk instructie of instructie/begeleiding op vaardigheden. We gaan er in het onderwijs te vaak van uit dat kinderen automatisch leren hoe ze zichzelf aansturen. Dat hoogbegaafde kinderen dat op jonge leeftijd niet doen en daardoor later (bovenbouw basisonderwijs) problemen ervaren, wordt nog te weinig beseft.

 

Tips bij de verwerking

  • Kijk of het mogelijk is om voor de verlengde instructie alvast langs te gaan bij de instructieonafhankelijke leerlingen.
  • Laat de instructieonafhankelijke leerlingen de lesstof van twee dagen op één dag verwerken zodat er een extra dag tijd is voor ander werk.
  • Geef één keer in de week geen verlengde instructie aan de instructieafhankelijke leerlingen, maar juist aan de instructieonafhankelijke leerlingen. Maar dan op verrijkingsstof zodat je ze in hun leertempo en interesses tegemoet komt.
  • Maak voor de hoogbegaafde leerlingen onderwijstijd vrij voor het werken aan vaardigheden die belangrijk zijn bij het zelfstandig werken.

 

4 Afronding

De laatste fase van het directe instructiemodel. Hierbij draait het om feedback en herhalen van het lesdoel. In deze fase zie ik vaak dat gecontroleerd wordt of het werk gemaakt is en dat er feedback wordt gegeven op hoe er gewerkt is. De inhoudelijke controle volgt vaak later.

Veel hoogbegaafde leerlingen ervaren de zelfstandige werktijd als erg lang voor het simpele werk dat ze moeten doen. Een gevolg hiervan is dat ze langzamer gaan werken. Want het is saai, dagdromen en kletsen is veel interessanter. En zeg nu zelf als je alle tijd hebt (bijvoorbeeld op je vrije dag), dan ga je toch ook je ontbijt en het aankleden niet plannen? Je doet het rustig aan en krijgt het meestal toch wel af. Deze traagheid heeft zeer regelmatig het gevolg dat we als leerkracht verbaasd zijn dat ze het meest simpele werk niet af krijgen. En rara, waar geven we feedback op?

Tips bij de afronding

  • Controleer of wat gemaakt is wel echt goed is, ook al is het werk niet af.
  • Vraag regelmatig aan de leerlingen of ze iets geleerd hebben. Ga serieus in op het antwoord. Heeft de leerling het gevoel dat er niks geleerd is, vraag dan door. Zorg dat je wilt weten hoe de leerling je lessen beleeft.
  • Stel eventueel de regel in dat als leerlingen denken genoeg te hebben geoefend om het te begrijpen (of om een toets te kunnen maken), ze mogen stoppen. Wees niet bang dat dit een keer mislukt. Draai de regel op zo’n moment niet terug, maar geef de leerling feedback op zijn inschatting en help bij de zelfreflectie. Dit is leren.

 

Passend onderwijs is meer dan een instructiemodel

Ik hoop dat het door dit tweeluik over het directe instructiemodel helderder is geworden waarom het organiseren van differentiatie in de klas meer is dan een model invoeren. Voor de hoogbegaafde leerlingen is dit niet genoeg. Om een remmende leerlijn te voorkomen is er verrijkend aanbod nodig en bij dat aanbod hoort weer instructie. Extra instructie die niet in het huidige model verwerkt is.

© Copyright

Onze artikelen en video's worden gemaakt om te delen. Maar. De artikelen en video's mogen niet gekopieerd en gedeeld worden zonder bronvermelding. Download en deel het PDF met bronvermelding. Het staat hieronder voor je klaar* 🙂

*voor blogs die geschreven zijn vanaf 11 maart 2019

 

 

Niks missen?

Het is fijn als passend onderwijs ook voor (hoog)begaafde leerlingen wordt gerealiseerd. Wij zetten ons daarvoor in. En we delen elke 2 weken gratis informatie en blogs. Wil je niks missen? Schrijf je in voor de nieuwsbrief.

 

 

 

 

Heel fijn als je de informatie deelt!